Nieuwe zoetwaterstrategie

Door klimaatverandering krijgt Nederland vaker te maken met het risico op droogte. Het wordt warmer, er valt periodiek minder regen en er stroomt vaker minder water via de rivieren Nederland binnen. De huidige zoetwaterstrategie is hierdoor op de lange termijn niet houdbaar. Om die reden is binnen het Deltaprogramma Zoetwater nagedacht over een herijking van de zoetwaterstrategie.

Drie mogelijke opties

In 2019 zijn drie mogelijke strategieën voor de zoetwatervoorziening verkend:

  1. Voortzetten van de huidige zoetwaterstrategie (watertekorten accepteren).
  2. Uitvoeren van grote infrastructurele ingrepen, zoals het afsluiten van de Rijn-Maasmonding met zeesluizen.
  3. Meebewegen met een flexibel inzetbaar zoetwaternetwerk.

Zie voor meer informatie het rapport Verdelingsvarianten Hoofdwatersysteem, Verkennende studie naar een stuurbaar buffernetwerk (Hydrologic, april 2019).

Keuze voor meebewegen

Bij de herijking is uiteindelijk niet gekozen voor grootschalige ingrepen in de infrastructuur (optie 2) of grote watertekorten accepteren (optie 1), maar voor meebewegen (optie 3). Op die manier stellen we ingrijpende en dure maatregelen uit en blijven alle opties voor de toekomst nog open. Meebewegen houdt in dat het hoofdwatersysteem robuuster wordt gemaakt met zoetwaterbuffers en -zones. We bouwen flexibiliteit in met situationeel sturen: het water daarheen brengen waar het het hardste nodig is – in plaats van een vaste verdeling. Deze nieuwe manier van omgaan met het zoetwaternetwerk noemen we de Strategie klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem.

Zie voor meer informatie het rapport Nadere verkenning Stuurbaar Buffernetwerk (Hydrologic, Deltares en Infram, september 2019).

Hoe werkt de strategie?

Een deel van de strategie heeft zich al in de praktijk bewezen. Tijdens de afgelopen droge jaren hebben de waterbeheerders namelijk ervaring opgedaan met delen ervan. Wanneer nodig en mogelijk worden de aangewezen strategische zoetwaterbuffers gevuld en zoetwaterzones ingesteld. Vanuit de buffers gaat het water naar de regionale wateren, niet te veel en niet te weinig. Op deze manier gaan we zuinig en efficiënt om met het beschikbare zoete water. Dat wordt straks beleid, vastgelegd in het Nationaal Water Programma.

Deze animatie, die als gespreksstarter is bedoeld, legt de werking van de strategie in een notendop uit:

Download de uitgeschreven tekst van deze animatie

Zoetwaterbuffers en -zones

De zoetwaterbuffers zijn: IJsselmeer/Markermeer, Brielse meer, Volkerak-Zoommeer en de Maaspanden. De bovenlopen van de Lek, de Hollandsche IJssel en het Amsterdam-Rijnkanaal zijn aangewezen als zoetwaterzones die gericht zoet worden gehouden. Door het gericht zoet houden, wordt water ‘bespaard’ dat elders kan worden ingezet en bieden we transparantie over waar gestuurd wordt op ‘zoet houden’.

Om de zoetwaterbuffers en -zones goed in te kunnen stellen en te benutten, is real-time informatie nodig over waar hoeveel water beschikbaar en nodig is. Ook zijn afspraken nodig over hoe het water te verdelen. Door de strategie wordt het operationeel waterbeheer informatierijker, maar het vraagt ook om meer afstemming.

Mogelijk nieuwe route voor vullen IJsselmeer

Daarnaast bevat de strategie een mogelijke nieuwe route om de zoetwaterbuffer IJsselmeer met water uit de Waal te vullen, via het Amsterdam-Rijnkanaal. Daar is nog geen ervaring mee. Of die route werkelijk mogelijk is, moet nader onderzoek uitwijzen.  Daarna wordt er pas over besloten.

Implementatie van de strategie

Een aantal zaken van de Strategie klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem vraagt om verdere uitwerking in de praktijk. Om die reden is de strategie als stip op de horizon geformuleerd. Voor de implementatie van de strategie in de periode 2022-2027 komt een plan van aanpak (zomer 2021).

Het plan van aanpak biedt inzicht in de manier waarop de strategie, in samenhang met het programma Slim Watermanagement, 'lerend' wordt geïmplementeerd. Ook bevat het plan van aanpak een voorstel over de programmaorganisatie die nodig is voor een succesvol implementatietraject. In de kwartiermakersfase worden stakeholders betrokken. Het voorstel is om het plan van aanpak in het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) van september 2021 inhoudelijk te bespreken.

Meer lezen over de implementatie van de strategie? Lees dan het interview met kwartiermaker Raymond Feron (Rijkswaterstaat) en programmamanager zoetwater Egon Ariëns (DG Water en Bodem).

Wat doet Slim Watermanagement?

Slim Watermanagement gaat verkennen hoe de uitvoering van de strategie – met de instrumenten van Slim Watermanagement inclusief een landsdekkend informatiesysteem – te ondersteunen is en welke aanpassingen nodig zijn. Slim Watermanagement wordt hierdoor een uitvoeringsmaatregel van het Deltaprogramma Zoetwater. Iedereen die nodig is voor het uitvoeren van Slim Watermanagement verbindt zich aan de uitvoering ervan vanuit een gedeelde visie op de samenwerking en de aanpak.

Slim Watermanagement wordt uitgevoerd binnen bestaand beleid en bestuurlijke afspraken. Het kan zijn dat de Strategie klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem beslissingen op beleidsniveau vraagt. Slim Watermanagement agendeert de noodzakelijke beleidsrijke beslissingen.