Brede betrokkenheid bij eerste landelijk directeurenoverleg SWM

Vlak voor de kerst, op vrijdag 21 december, vond het eerste landelijk directeurenoverleg Slim Watermanagement plaats. Voorzitter Daan Dunsbergen blikt tevreden terug. “Er was een brede betrokkenheid”.

Alle zes de regio’s waren vertegenwoordigd bij het eerste landelijk directeurenoverleg Slim Watermanagement: Zoetwater Oost-Nederland (ZON), Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal (ARK/NZK), IJsselmeergebied (IJG), Rijn-Maasmonding (RMM), Zuid-Nederland (ZN) en Nederrijn & Lek (NRL). In dit overleg komen de directeuren van de Slim Watermanagement-regio’s ten minste jaarlijks bijeen om het te hebben over de samenwerking tussen de verschillende regio’s en regio-overstijgende optimalisatie en vraagstukken. Het landelijk directeuren overleg vormt een sluitstuk.

“Ik heb genoten”, aldus Daan Dunsbergen, afdelingshoofd Water en Ruimtegebruik bij Rijkswaterstaat en voorzitter van het overleg. “Er was een goede sfeer en brede betrokkenheid. Waar je in vergaderingen nog weleens ziet dat mensen afgeleid zijn door telefoon of tablet, was dit hier niet aan de orde. Dat vind ik veelzeggend, zeker aangezien je voor het eerst bij elkaar bent.”

Samenwerking
Natuurlijk was de droogte een veelbesproken onderwerp tijdens het directeurenoverleg; zowel die van vorig jaar als de voorbereiding op het aankomende droogteseizoen. Dunsbergen: “Dat het zo droog was, was natuurlijk problematisch, maar anderzijds hebben we daardoor als waterbeheerders wel kunnen laten zien wat we waard zijn. Geconstateerd werd in het overleg dat veel is goed gegaan, maar het altijd nog beter kan. De sleutel zit ‘m in de samenwerking en leren van het afgelopen jaar.”

De directeuren waren het erover eens dat er regio-overstijgend moet worden samengewerkt. “Je eigen belang speelt natuurlijk een rol, maar tegelijkertijd moet je rekening houden met de belangen van andere waterbeheerders/regio’s. Hierover waren de directeuren eensgezind. Zij vertegenwoordigden in dit overleg natuurlijk ook weer andere partijen binnen hun regio, dus moeten niet alleen hun eigen organisatie meenemen, maar ook de anderen in de regio. Duidelijk werd dat ze daarvoor staan.”

Droogte
Tijdens de droogte zijn dankzij Slim Watermanagement problemen voorkomen. Zo is de klimaatbestendige wateraanvoer (KWA) eerder aangegaan, hebben waterbeheerders veel informatie met elkaar uitgewisseld, waardoor we het beschikbare water zo goed mogelijk hebben weten te benutten.

Het naderende droogteseizoen werd ‘met grote alertheid’ aangevlogen. Dunsbergen: “Er is ontzettend veel opgetuigd om lessen te trekken uit de droogte van vorig jaar. Landelijk betreft dit onder meer een crisisevaluatie vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en een beleidstafel droogte. Aan de beleidstafel  bespreken alle beleidsbetrokkenen welke vraagstukken opgepakt moeten worden om beter gesteld te staan voor droogte. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen vraagstukken die vóór het komende droogteseizoen opgepakt moeten zijn en vragen die we, om effectief te zijn, wat later oppakken.” Ook medewerkers die voor Slim Watermanagement actief zijn, dragen bij aan de vraagstukken van de beleidstafel droogte.

Een punt waarover de directeuren het eens zijn, is dat er aandacht moet zijn voor de ‘workload’ van mensen die vorig droogteseizoen alle zeilen moesten bijzetten op dit thema. “Droogte was hun prioriteit nummer één, waardoor regulier werk bleef liggen. Daar komen nu ook alle evaluaties en extra voorbereidingen voor het komend droogteseizoen nog eens bij. Hierdoor ligt er veel meer werk dan normaal gesproken.”

Beheer van SWM-producten
Om orde te scheppen in deze drukke tijden, is ervoor gekozen om, naast de regionale opgave, twee Slim Watermanagement-producten de komende tijd prioriteit te geven: informatieschermen (inclusief beheer) en redeneerlijnen. Dunsbergen: “Het komt neer op gezamenlijk en transparant keuzes maken. We kiezen vanwege die eerder genoemde ‘workload’ voor die twee speerpunten.”

De directeuren zien de informatieschermen als een belangrijk instrument waar ze effort in willen steken om ze te behouden. “Met één blik op het scherm zien alle waterbeheerders dezelfde informatie, weten ze hoe de situatie ervoor staat en wat er moet gebeuren”, aldus Dunsbergen. Als voorbeeld van een redeneerlijn noemt hij het IJsselmeer en Markermeer. Afgelopen zomer hebben we veel inzichten opgedaan over hoe te handelen tijdens droogte. Deze inzichten gaan we verwerken in de redeneerlijnen voor het IJsselmeergebied. Wanneer we dat doen, kunnen we droogte beter het hoofd bieden. “Dat soort inzichten wil je in redeneerlijnen terugzien waarbij de wens is om dit bovenregionaal en in landelijke samenhang te doen.”

Op het gebied van beheer van Slim Watermanagement instrumenten, zoals het informatiescherm, werd aangekaart dat er niet te lichtzinnig mee moet worden omgegaan en van iedereen wat vraagt. Als je samen een informatiescherm ontwikkelt en dat wilt behouden, moeten alle betrokkenen bijdragen. Dunsbergen: “Iedereen bleek hier positief tegenaan te kijken, maar het ook nog als een uitdaging te zien. We willen het organiseren van het beheer van de instrumenten niet voor ons uitschuiven.”

Bekendheid Slim Watermanagement
Een punt dat bij het overleg naar voren kwam, was dat wat er in de regio gedaan wordt aan Slim Watermanagement niet altijd even bekend is onder die noemer. “Slim Watermanagement is de paraplu waaronder alles valt wat er in de regio’s aan gezamenlijk operationeel waterbeheer wordt gedaan”, zegt Dunsbergen hierover. “Soms is Slim Watermanagement een extra impuls en soms is het regulier werk verbeteren. We willen uitdragen dat alles wat er op samenwerking in het operationele waterbeheer gebeurt, onderdeel is van Slim Watermanagement. Daar kun je ruchtbaarheid aan geven via bijvoorbeeld de website van Slim Watermanagement en ook door uitdragen via de Slim Watermanagement regiodagen.”

Voorzitterschap goed bevallen
Tijdens het landelijk directeurenoverleg werd akkoord gegaan met het jaarplan 2019. Dat gaat nu naar DGWB, de opdrachtgever van Slim Watermanagement. Hierbij wordt aangegeven dat de informatieschermen en redeneerlijnen prioriteit hebben als de vraagstukken van de beleidstafel droogte om inzet vragen.

Dunsbergen kreeg positieve reacties op zijn voorzitterschap van dit eerste directeurenoverleg en is zelf ook tevreden. “Enerzijds was het doel om met elkaar kennis te maken, maar als je dan toch de groep compleet hebt, wil je ook een inhoudelijk gesprek voeren en proberen meters te maken. Ik heb daarom bij het opstellen van de agenda mijn stem laten gelden en denk dat het is geslaagd.”